Het stervende kind

Uit Leve de Pracktyck
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Korte samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]

Dit is een redelijk nieuwe act en een heftige act. Maar als deze act goed wordt uitgevoerd, dan kan hij voor de bezoekers een fantastische ervaring zijn. En ook voor de spelers omdat het een bijzondere energie geeft.

Het allerbelangrijkste bij deze act is dat hij volledig serieus wordt gespeeld. Geen gelach of geroezemoes. Iedere speler moet zich volledig concentreren op het spel. Tijdens de act is er een moment waarop alle spelers volledig stil moeten zijn. Dit is als de vader roep 'Ze is dood!'.

Deze act is al meerdere malen gespeeld met wisselende resultaten. Hij is een aantal keren geweldig uitgevoerd met kippelvel tot gevolg (bij mij in iede geval), maar hij is ook een aantal keer volledig in het water gevalen. Naast dat het belangrijk is dat iedereen deze act serieus neemt is het ook belangrijk dat een aantal kernfigueren hun rol goed spelen. In een aantal gevallen gaat het echt om goed acteren en een aantal keer om het zorgen dat het programma goed loopt. En dat is het laatste belangrijke punt. Deze act heeft een strak plan waarvan niet afgeweken mag worden. Dingen als de plaatsing van het brancard in de act zijn cruciaal voor het goed laten gaan van deze act.

Het doel van de act is om een sfeer te creëren waarin de bezoekers een soort betovert worden door het moment. Bezoekers worden onderdeel van een zeer intiem moment van de dood van het kind en de pijn van de vader.

Verloop van de act[bewerken | brontekst bewerken]

  • De act wordt gestart door Pieter van Foreest.
  • Pieter informeert de vader (oogarts), de hoofdzuster van het kinderhospitaal en de hoofdzuster
  • De vader verlaat de praktijk en informeert de brancarddragers.
  • De brancarddragers verplaatsen het brandard vanaf de ingang van de pracktyk naar iets dichter bij de pracktyck.
  • De hoofdzuster zorgt dat iedereen in de pracktyck weet dat het kind ernstig ziek is.
  • idereen gaat met elkaar praten hierover. Dit mag hardop, in kleine groepjes door de hele practyck heen. Dus niet allemaal bij elkaar.
  • Pieter blijft bij het kind. Het kind wordt zieker en zieker.
  • Het geroezemoes in de pracktyk mag best even duren. Aantal minuten.
  • Pieter roept vanaf grote afstand naar de hoofdzuster dat het niet goed gaat met het kind en dat de vader geroepen moet worden.
  • De hoofdzuster haalt de vader.
  • De vader is bezorgd, maar nog niet verdrietig. Vooral bezorgd en verward.
  • Pieter vangt de vader op en begeleid hem naar het kind.
  • De vader knielt even bij het kind. Pieter staat erachter. Alle geneesheren komen richting het kinderhospitaal, maar blokkeren niet het zicht.
  • De zusters en andere spelers staan in groepjes tussen de bezoekers.
  • Op enig moment pakt de vader het kind op en draait haar richting het publiek. De vader loopt een klein stukje weg van het kinderhospitaal en knielt met het kind (ruimte is nodig voor geneesheren). Het kind sterft (gaat slap hangen).
  • De vader blijft even zo zitten. Pieter roept op dramatische toon: Ze is dood!
  • Dit is het moment waarop iedereen stil wordt. De enige die nog geluid mag maken is de vader. De vader schreeuwt, huilt, snottert. Dingen als "Mijn dochter is dood", "Waarom?", etc.
  • De hoofdzuster geeft een signaal naar de brancarddragers. De brancarddragers brengen het brancard tot ongeveer de helft van de praktyck.De zusters vormen een ereboog tussen de vader en het brancard. De geneesheren gaan achter de vader staan. De geneesheren laten hun hoeden op, maar brancarddragers doen hun pet af.
  • De rouwbegeleidster ontfermt zich over de vader en samen lopen ze langzaam richting de brancard. Iedereen is nog steeds stil en staan bedroeft te kijken. Bijna als standbeelden. De geneesheren lopen achter de vader aan zodat er een afgesloten toneel ontstaat tussen hen, het brancard en de zusters.
  • De vader legt het kind op het brancard.
  • De brancarddragers dragen het kind een klein stukje richting de uitgang van de pracktyck. De vader loopt er huilend achteraan. Hier niet meer schreeuwen, maar meer snotteren en verdrietig zijn.
  • Als de brancarddragers de brancard neerzetten gaat het kind rechtop zitten en verteld één van de brancarddragers aan de kinderen eromheen dat het maar een spel is.
  • Vervolgens gaat het kind weer liggen en lopen de brancarddragers met haar weg.
  • De vader wil erachteraan, maar wordt tegengehouden door de rouwbegeleidster. Hij geeft nog een laatste schreeuw "Nee, mijn kind". Dit is voor alle spelers het signaal dat de act voorbij is. Het is gebeurd dat het publiek spontaan gaat applaudisseren, maar dat hoeft niet het geval te zijn. In dat geval applaudiceren de spelers zelf om duidelijk te maken dat de act voorbij is.
  • De vader komt weer terug in de pracktyck en iedereen gaat langzaamaan weer naar zijn of haar plek in de Pracktyck terug.